over wielrennen
OP GEVOEL
Tijdritcompetitie Zuid-Holland,
Noordeloos
Alles weer erop dat het niks zou worden. Afgelopen zondag in Simpelveld eraf gereden, en dat was nog maar het begin. De tijdritten van de regiocompetitie Zuid-Holland starten doorgaans op het onmogelijke tijdstip van 18.30 uur. Een hoop stress, kortom. Eerder weg op je werk, eten terwijl je nog geen honger hebt en vervolgens hopen dat je geen file tegenkomt. Midden in dit proces ontdekte ik bovendien dat de tube van mijn dichte achterwiel plat stond. Tsja, dat heb je als je je tijdritfiets niet vaak genoeg gebruikt. Maar geen tijd te verliezen, hopsakee, open achterwiel mee.
Niet veel later sta ik me besmuikt en gehaast achter een opengeklapt portier in m'n tijdritpak te hijsen (en dan maar hopen dat er iemand zo vriendelijk is om je rugnummer op te spelden, anders kan de hele boel weer uit, sta je daar, naakt in een een of ander smerig toilet), ik doe de borstband van mijn Polar om, pak het horloge – batterij leeg. Dat heb je dus, als je je Polar niet vaak genoeg gebruikt.
In de haast had ik bovendien besloten de Tacx maar thuis te laten. Ik weet niet waarom ik dat toch steeds doe, want eenmaal ter plekke mis ik het ding elke keer weer. Dus daar reed ik – een beetje halfslachtig een dijkje op en neer om de benen maar een beetje op te warmen, zonder precies te weten hoe laat ik precies moest starten, ja, zelfs zonder precies te weten hoe laat het was. Het ontbreken van een hartslagmeter (zeer noodzakelijk om jezelf in een tijdrit tot een maximale inspanning te dwingen) en een dicht achterwiel (zeer noodzakelijk om in een tijdrit 1 à 2 kilometer per uur harder te rijden) misten hun uitwerking niet; de moed zonk me in de schoenen.
Maar daar was gelukkig de ploegleider. Redder in nood. Zou het hem niet lukken om mij moed in te spreken, dan zou hij toch in ieder geval mijn rugnummer kunnen opspelden. De beste man beweerde er alle vertrouwen in te hebben – hartslagmeter of geen hartslagmeter. "Dan rijd je toch gewoon op gevoel," zei hij, "dat deden we vroeger állemaal." Op gevoel. Ik weet het niet, het klinkt mij te veel als op de gok.
Dus op gevoel roste ik mijn trouwe Cervélo twee ronden lang door de windstille polderavond bij Noordeloos. Gaan we lekker hard? - Ehm, geen idee. Voor mijn gevoel ging het niet hard. Je kent dat wel, dat je steeds tussen je benen doortuurt naar het punt waar je achterwiel de grond raakt, in de stellige overtuiging dat je band leeg loopt. Je overtuiging is zelfs zó groot dat je de moeite neemt om je achterwiel heel even van de grond te trekken en te laten stuiteren op het wegdek om je band te testen – gewoon keihard natuurlijk.
Gedesillusioneerd laadde ik na afloop mijn fiets in de auto en liep ik naar de plaatselijke voetbalkantine om te kijken of er al een uitslag was. De uitslag was er. En dat niet alleen, hij weerlegde meteen resoluut elk gevoel dat ik onderweg gehad had. Vierde plek achter winnaar Sander Oostlander, met in mijn kielzog een hele reeks districskampioenen tijdrijden. Saillant detail: Oostlander werd een halve week later 10e op het NK tussen de profs. Ik denk dat ik me daar volgend seizoen toch eens voor zou moeten proberen te plaatsen. Of beter: dat voel ik.
zie hier de uitslag
op deze site vind je de eindstand van de tijdritcompetitie