WOEDE IN DE TANK
Maratona dles Dolomites, Italië

Woede is een krachtige brandstof, zo blijkt. De dag voor de Dolomietenmarathon was ik boos. Boos, omdat ik niet voorin mocht starten. Boos, omdat de gigantische mensenmenigte bij de inschrijving me ongelofelijk op de zenuwen werkte. Boos, omdat ik bij nader inzien misschien toch liever de Marmotte in Frankrijk had gereden. Boos op mezelf voornamelijk. Want de twee ritten die ik de afgelopen dagen op het parcours gemaakt had wezen in dezelfde richting: de vorm zat weer in de lift. Maar ja, wat kan je met vorm als vanaf de start ruim 4000 wielerliefhebbers je de vrije doorgang belemmeren?

Vanaf de start vlogen Frederic en ik er vol in. Ook Charles en Geert toonden hun stuurmanskunst op de eerste klim van de dag, de Campolongo. Van links naar rechts zwenkten we over het asfalt, ieder voor zich zich een weg banend door de mensenmenigte. Het was als filerijden op de motor: hollen en stilstaan en niet zonder gevaar. Bovendien voelde ik in de korte afdaling die volgde plots mijn achterwiel blokkeren – ik slipte, dacht al het geluid van carbon-op-steen te horen, maar bleef ternauwernood overeind. Oorzaak: de speciale remblokjes voor carbon grepen té goed aan, omdat ze door het vele remmen (deelnemers blokkeerden de ideale lijn) sneller dan normaal warm geworden waren. Met enige angst in de benen vervolgde ik mijn weg.

Op de Pordoi begon de situatie al overzichtelijker te worden. Frederic en ik maakten samen tempo, en er was niemand die kon volgen. "Scusi, scusi!", riepen we in koor. Renners die niet opzij gingen kon je eenvoudig met hun naam aanspreken, aangezien alle rugnummers van naam voorzien waren. "Scusi Andrea, scusi Luca, scuci Anselmo." Het scenario voor tweederde van de koers was geschreven. Tot aan de voet van de Giao (op 87 kilometer) werkten we uitstekend samen; de glorieuze tijden van de Étape du Tour 2009 herleefden. Met één verschil: nu reden we voor niemand anders dan onszelf. In de afdalingen pikten we soms wat Italianen op, die we dankbaar voorlieten om de ideale route door de Italiaanse haarspelden voor ons uit te stippelen, maar zodra de weg weer begon te stijgen, werden ze als vanzelf weer opgenomen in het – het moet gezegd – majestueuze decor van de Dolomieten.

Bij de eerste doorkomst in Corvara hadden we exact twee uur op de teller. Dat was helemaal niet slecht, gezien de vertraging als gevolg van het filerijden na de start. Maar in de verte lag de Giao op ons te wachten. Bijna tien kilometer aan 9,3% gemiddeld. Scherprechter van de dag. Drie dagen eerder was ik 'm samen met Oege volle bak opgereden, Oege om zijn nog steeds gehavende lijf te testen en ik om mijn eerste inzinking in de bergen maar vast achter de rug te hebben. We startten alletwee iets te hard, waardoor de vermogens in de tweede helft fors terugliepen. Het kwam zelfs zover dat ik op de steile stukken mijn 25 niet fatsoenlijk meer rond kreeg (cadans < 60). Desalniettemin kwamen we boven in een respectabele 39 (Oege) en 41 minuten (ik). Het was vandaag dus zaak om de klim wat beter in te delen.

Frederic was de laatste paar klimmen niet veel meer uit mijn wiel geweest en moest op de Giao al snel zijn eigen tempo zoeken. Zelf reed ik met een gemak dat me niet licht verbaasde naar boven, waarbij ik zelfs regelmatig naar de 23 kon schakelen. Op driekwart dacht ik: ik zal nu wel elk moment instorten, maar dat gebeurde niet. Ik bleef maar gaan. Wat zeker hielp was de temperatuur, die tegen alle voorspellingen in nog steeds heel aangenaam was. Ook had ik na het debacle in de Trois Ballons besloten om mijn vermogensmeter uit te zetten, of althans op de display met het vermogen uit te zetten, zodat ik niet gehinderd zou worden door de drang om het vermogen continu boven de 350 watt te duwen. Zodoende kon ik gewoon ouderwets op gevoel rijden. Het bleek de beste strategie in tijden.

Bovendien was daar de woede. Ik zou iedereen (niet nader gedefinieerd, maar in ieder geval iedereen inclusief mijzelf) eens laten zien waarom ik wél voorin had moeten starten. Halverwege kwam de groep met Edith in zicht, waarin Oege vanwege zijn fysieke problemen de rol van meesterknecht weer eens op zich had genomen. Sorry jongens, maar daar zijn mijn benen vandaag te goed voor. Tegen het einde van de klim kwam de groep met de eerste dame in zicht, die zich omringd wist door een heel team van knechten (het team is ook naar haar vernoemd: Team Lancioni), alsmede van enkele mannen die haar tempo stiekem wel lekker leken te vinden. De knecht die het tempo bepaalde wilde opvallend graag mee in mijn wiel; hij moedigde zijn kopvrouw aan om te versnellen, maar dat kon ze niet meer. Gelukkig, want ik had toch niet graag Edith's grote concurrente op sleeptouw genomen.. Ik reed van de groep weg en had op de top één à twee minuten voorsprong.

De afdaling van de Giao is de meest technische van het hele parcours. Snijd één haarspeldbocht verkeerd aan, en je komt in de zes volgende ook niet lekker uit. In tegenstelling tot de trainingen zat ik nog steeds niet vol zelfvertrouwen op mijn fiets; het zal het gevolg geweest zijn van de slippartij eerder. De afdaling verliep – zacht gezegd – nogal hoekig, en aan het begin van de laatste klim (de Passo Falzarego) zag ik – verdomme als het niet waar is – het hele Circus Lancioni weer naderen. Dat zal het werk van Daalknecht wel geweest zijn, vermoedde ik, maar ik lieg als ik zeg dat ik niet bang was dat ze me terug zouden pakken.

In een van de eerste bochten van de klim, die verder helemaal uitgestorven leek, werd ik aangemoedigd door een oud Italiaans mannetje. Mijn Italiaans is niet al te best, maar ik dacht toch te begrijpen dat hij me toeriep dat ik op plek dertig reed (of rond, of nabij, ik verstond voornamelijk trenta). Dat was nog eens een aanmoediging! In de paar vlakke kilometers van de klim gooide ik 'm meteen op het buitenblad. Naar de twee mannen die ik inhaalde gebaarde ik dat we moesten draaien, omdat er een grote groep van achteren naderde. Het was teveel gevraagd. Mijn wiel wilden ze nog wel proberen te houden, maar veel meer zat er niet in. Op het tweede deel van de klim waren ze alweer verdwenen, en tot aan de top stond ik er alleen voor – met de wind recht van voren.

Maar als het oude mannetje goed geteld had, reed ik nu op plek 27. Dat gaf de burger moed. Ik gaf alles in de hoop om nog een paar plekken op te schuiven. Vlak voor de top kwam de route samen met de korte afstand (106 km) en werd het een beetje diffuus wie er nog in de koers zat en wie niet, al is de snelheid waarmee je iemand inhaalt meestal wel veelzeggend. In de afdaling glipte ik mee met een vrij zware renner die helemaal achter zijn zadel hing, zijn zaakje nipt boven zijn achterwiel. Die zal wel weten wat hij doet, dacht ik. Ik voelde geen enkele behoefte het hem na te doen, maar maakte wel dankbaar gebruik van zijn slipstream. Zodra de afdaling afvlakte begon ik weer op kop op mijn buitenblad te rammen. Weer zat er vanalles in mijn achterwiel, maar er zat niets bij dat nog wilde of kon overnemen. Het maakte niet meer uit, ik was bijna thuis.

In La Villa sloeg de kramp toe en de laatste vijf kilometer reed ik staand op de pedalen, simpelweg omdat ik niet meer kon zitten zonder dat de binnenkant van mijn beide dijbenen volledig blokkeerde. Het was één lange sprint, die mij, turend op mijn teller, op een netto eindtijd van exact 5 uur bracht. Aanvankelijk had ik begrepen dat het klassement op basis van brutotijd opgesteld zou worden, wat in mijn geval een extra achterstand van ruim zeven minuten betekende; precies de zeven minuten die het duurde voordat de 4000 man voor mij over de startmat gereden waren. Maar mijn geluk was nog niet op vandaag, want er werd uiteindelijk tóch met nettotijden gerekend. Het leverde me een 19e plek op. Dat was op zich al mooier dan ik gisteren in mijn zwarte bui had durven hopen, maar nog mooier was de klimtijd op de Giao: 40 minuut en 31 seconden, de zesde tijd overall! Ik had mijn punt wel gemaakt, denk ik. Misschien moet ik vaker achterin starten. Woede is een krachtige brandstof.

(Overigens deden de dames van Veltec het nog een stukje beter. Edith wist Lancioni weliswaar niet meer in te halen en werd tweede, maar Leontien reed met wat hulp van Judith zowaar naar de mooiste podiumplek in haar loopbaan: derde in de Maratona. En ook Judith kwam nog keurig op de vijfde plek binnen. Daar kunnen wij mannen nog wel wat van leren!)

bekijk hier de uitslag van de mannen
(NB winnaar Maccanti is volgens de laatste berichten betrapt op het gebruik van doping)
en hier de uitslag van de vrouwen
en hier het hoogteprofiel van de wedstrijd

finish van Edith en haar "knechten"


met voor de gelegenheid een speciaal piratenbaardje (when in Rome..)

fraai uitzicht op dijbeen, Frederic en stervende Italiaan en Dolomieten