over wielrennen
DRIE DINGEN
Trois Ballons, Frankrijk
Elfde in de Trois Ballons. Het is niet slecht, maar het is ook niet goed. Want eerlijk, ik ambieerde een plek op het podium, en in de strijd om die plek ben ik ten onder gegaan. De teleurstelling was groot, en in de 60 lange kilometers die ik nog had af te leggen kwam het me steeds helderder voor de geest te staan: de tegenvallende resultaten van de laatste weken wijzen allemaal in dezelfde richting, verifiëren allemaal dezelfde theorie: je kunt geen drie dingen tegelijk doen.
Laat ik me nader verklaren. Met dingen bedoel ik Dingen. Grote Dingen. Dingen zoals kinderen, werk, sport. Of een andere passie die veel tijd in beslag neemt. Motorcross, postduiven, het sparen van eerste drukken of bibliofiele uitgaven. Dat zijn ook Dingen. Maar ook problemen kunnen Dingen zijn. Familieproblemen, financiële problemen. Of een depressie, dat is zeker een Ding. Een vriendin dan weer niet, tenzij het nét aan is (cq. verliefdheid) of nét dreigt uit te gaan (cq. liefdesverdriet/overspel), dat is dan wel weer een Ding. Grote Dingen dus. Dingen die je gewoon goed wilt doen, of waarbij je je niet te veel fouten kunt permitteren. Dat zijn de Dingen waarvan je er in je leven maar beter geen drie tegelijk kunt doen. Twee gaat nog, maar drie is – zoals de veel door moeders geciteerde volkswijsheid luidt - te veel. Je kunt het natuurlijk proberen, maar verwacht dan niet dat het goed gaat.
Verwacht dan niet dat je podium rijdt.
Ja, het werd me allemaal pijnlijk duidelijk in de relatief vlakke aanloop naar de Planche des Belles Filles, de slotklim van de 205 kilometer lange Trois Ballons. Het werd tijd om dit enorme bord voor mijn kop – zorgvuldig opgebouwd met een flinke dosis optimisme, wielergekte en naïviteit – weer af te breken. Samen met ploegmaat Frederic reed ik op positie tien-elf. Dat kwam als volgt. Op de eerste klim van de dag was ik keurig netjes met de eerste acht renners boven gekomen. Je kijkt om je heen, en eigenlijk zie je dan al de gezichten waar je het de rest van de dag mee moet doen. De Belgische revelatie Bart Bury, de oud-FdJ-prof Eric Leblacher, twee Franse mini-mannetjes, oude bekende Sjef Graafmans, ploeggenoten Frederic en Michel. Prima. Daarna een algehele wapenstilstand tot kilometer 70. Ik heb zelfs kunnen afstappen om mijn derailleur wat bij te stellen, even te plassen, heel ontspannen allemaal.
Op de klim naar Le Markstein begon een van de Franse mini-mannetjes ongeduldig te worden. Het was Edouard Lauber, een zeer getalenteerde klimmer, tevens oud-ploegmaat van Michel bij zijn Franse club, die Michel in 2009 van dienst was bij zijn winst in de Trois Ballons. Boven, op de Route des Crêtes waren we nog met een mannetjes of vijftien. Zelfde gezichten als op de eerste klim, maar nu ook met ploeggenoot Dirk erbij. Fijn. Opnieuw wapenstilstand, behalve dan dat Leblacher in de afdaling van de Grand Ballons een kleine voorsprong nam (die uitgroeide tot een grote voorsprong dankzij een stoplicht onderaan de afdaling).
Dan de Col du Hunsdruck. Ik zat wat achteraan door een schakelfout in de aanloop en gaf vol gas om vooraan te komen. Bijna op hetzelfde moment gingen Bart Bury en Lauber aan. Het was hét moment, zonder twijfel. Ik moest mee, wilde ik nog enigszins in de buurt van het podium blijven. Dus hield ik de opgebouwde snelheid vast en probeerde ik het tweetal bij te benen. Waardes tussen de 400 en 500 watt op mijn display. Ik bleef hangen op vijftig meter. Vanachter sloten enkele renners aan, eerst Michel, dan Sjef, de Belg Arnoud Croisier (2e in de Ventoux) en mini-mannetje nr2. Ik moest terug in het zadel. Kop over kop werkten Michel en ik de rest van de klim af. Ik gaf alles wat ik had, maar het gat met het tweetal groeide gestaag tot een meter of zeven- à achthonderd.
Dat was nog speelbaar, maar de afdaling bleek te kort om de aansluiting te maken. Meteen weer klimmen, dan om beurten op kop op het vals plat naar de Ballon d'Alsace. Van achter sloten Frederic en de kleine Polveroni aan. Ik spaarde mezelf niet, maar voelde dat ik op de Hunsdruck wellicht wat te veel gegeven had. Op de Ballon d'Alsace liep ik leeg. Dus toch de motor opgeblazen... De vermogens bleven steken rond de 300 watt, terwijl de hartslag opliep naar omslagpunt. Zwarte sneeuw voor mijn ogen. Ook Frederic kwam in de problemen; te veel gegeven in de achtervolging. Michel kwam nog even polshoogte nemen, moedigde ons aan om vooral bij deze groep te blijven, of de groep op zijn minst in het zicht te houden en terug te keren in de afdaling, maar er was niets aan te doen: ik kon niet harder.
Vloekend en tierend van binnen vonden Frederic en ik uiteindelijk een ritme, maar in de afdaling werd al snel duidelijk dat we de groep niet zouden terugzien. Ik brak. Voor ons lagen nog 55 eenzame en ondankbare kilometers tot de finish. Ik stelde Frederic voor om af te stappen en te wachten op de eerste achtervolgers: als we samen zouden gaan rijden zouden we onszelf alleen maar verder uitputten, om vervolgens op de slotklim hoogstwaarschijnlijk alsnog gepasseerd te worden. Maar Frederic wilde door, was blijkbaar minder gebroken dan ik. En zo nam Frederic mij met zijn Aero's van Easton (spreek uit: Aaa-hei-roohs), speciaal gestoken voor dit lange vlakke stuk "want ze bollen zo mooi", op sleeptouw.
Gaandeweg kwam er weer wat leven in mijn benen, zeker nadat Michels vrouw Anita zich langs de weg had geposteerd om ons van een extra bidonnetje te voorzien (O Anita, redster van de geslagenen, zwarte engel op je Suzuki, je zal nooit weten hoe dankbaar ik je op dat moment was!), maar diep vanbinnen speelde zich evenwel het eerder beschreven proces af. Tegen de tijd dat we Champagney bereikten interesseerde mijn klassering me in het geheel niet meer. Ik besloot nog een paar ferme beurten op kop te doen om Frederic in ieder geval nog met enige voorsprong aan de voet van de Planche af te zetten. Zelf zou ik daar even afstappen, mijn blaas legen, wat water bij de omstanders bietsen en vervolgens op mijn gemak aan de slotklim aanvangen, wat maakte het immers nog uit.
Maar ik stond nog niet te pissen of er raasde een viertal renners voorbij. Zo kort zaten ze dus blijkbaar achter ons.. Ineens bleek ik toch nog over een restje eergevoel te beschikken. Ik sprong op mijn zadel (au au au) en begon het viertal te achtervolgen. Twee man verschalkte ik binnen de eerste kilometer. De derde een kilometer verder. Nummer vier was taaier. Ik hing in zijn wiel, in afwachting van een minder steil stuk om hem voorbij te puffen, maar daar was de kramp – mijn onafscheidelijke vriend in barre tijden. Mijn rechterkuit veranderde in een plank en ik kon niet anders dan lossen. Ik beet door de pijn heen (de kuit bleef evenwel gewoon een plank, waarmee mijn bovenbeen het pedaal aandreef) en vond weer een ritme dat goed genoeg was om in de laatste kilometer nog een kapotgereden restant uit mijn oude groep op te vegen, maar nummer vier bleef me voor. Boven bleek het te resulteren in een matige nummer elf in het klassement, in een tijd van 6 uur 40, nauwelijks tien minuten sneller dan mijn eerste deelname in 2007, toen ik helemaal mijn eigen tempo kon rijden.
Tot slot hulde aan winnaar Bart Bury, die zijn favorietenrol meer dan waarmaakte. Want de kopgroep van drie was ondertussen geenzins eendrachtig naar de Planche gereden, maar had elkaar het leven onderweg behoorlijk zuur gemaakt. Lauber was bij Bart weggereden, Bart bij Leblacher. Ieder voor zich hadden ze hun weg naar de slotklim gebaand, eveneens vrezend voor de achtervolgende groep. Bart pakte Lauber op de slotklim nog terug (op de streep was het verschil een minuut), terwijl de vrees van Leblacher op de klim inderdaad bewaarheid werd; hij werd nog gepasseerd door Michel en de sterke Arnaud Croisier.
En zo nam Team Veltec toch nog plaats op het podium, zij het met een kopman die eigenlijk gestopt is. Michel werd knap derde bij de mannen, terwijl Edith (eerste met een nieuw parcoursrecord) en Judith (eveneens knap derde) het podium bij de dames vulden. Joke Rosier werd op 2 uur 45 van de winnaar ook nog eens doodleuk tweede in haar leeftijdscategorie, terwijl de mannen van Veltec vooral in de breedte scoorden: 3e, 8e, 11e, 17e, 20e, 27e.
En wat mij betreft: misschien wordt het tijd voor twee Dingen.
bekijk hier de uitslag
(NB Eerder insinueerde ik op deze plek dat de Belgische Peter van Impe mogelijk niet op een eerlijke manier aan zijn tiende plek was gekomen; onderzoek wees later uit dat mijn waarnemingen geheel op een vergissing berustten: er zat wel degelijk een groep van vier man tussen Frederic en mij en de achtervolgers. Mijn welgemeende verontschuldigingen aan de betrokkenen; ik had de beschuldigingen niet mogen uitten alvorens de feiten te boven tafel waren. Het zal niet meer gebeuren.)