REKEN JE RIJK
NK Tijdrijden 2010

Op het eerste gezicht is een 33e plaats op het NK Tijdrijden voor elite geen resultaat om trots op te zijn. Eerder teleurgesteld. Zeker als je zinnen hebt gezet op een toptwintig-notering. Hoe kan het dan toch dat ik er best tevreden mee ben?

Daarvoor moet je, net als ik, een aantal zaken in overweging nemen. Het was mijn bedoeling om in juni te pieken: Ronde van Limburg, Trois Ballons, NK Tijdrijden, Italië. Om redenen die mijzelf nog steeds niet helemaal helder zijn is dat niet gelukt. Ik was eind april op mijn best en ben sindsdien alleen maar minder gaan presteren. Het vermoeden bestaat dat dat te maken heeft met een chronisch gebrek aan slaap sinds november 2009, dat pas na een half jaar – toen de nachten eindelijk wat beter werden – zijn tol begon te eisen. Feit is dat ik hondsmoe thuiskwam van de Trois Ballons en in de anderhalve week voor het NK eigenlijk te moe was om fatsoenlijk te trainen. Geen puf,  stijf, somber gestemd. Terugredenerend zou de oorzaak ook wel kunnen liggen in hetzelfde griepvirus dat de rest van mijn gezin in gijzeling had.

Weg piekmoment.

Pas op de dag voor het NK voelde ik de energie terugstromen in mijn ouwe lijf. Ik besloot het parcours in Oudenbosch te verkennen (de verloren tijdrit van Jan Ullrich in de tour van 2003 indachtig), zodat het daar in ieder geval niet aan zou liggen. Dat bleek nog niet zo gemakkelijk. Met een printje van de route in mijn hand zocht ik mij een weg over smalle dorpswegen en onooglijke dijkjes vol scherpe bochten – de meeste nog bezaaid met steenslag. En hier gingen de profs morgen 50 p/u rijden? Het parcours was zeer technisch – heel wat anders dan de tijdritten in de regio, meestal op mooie symetrische vierkantjes in de polder. De moed zonk me opnieuw in de schoenen.

Een dag later, dag van de wedstrijd. De eerste ronde van 24,7 kilometer reed ik meteen voluit. Ik had geen keus – het lijf moest getest worden, want ik had geen idee hoe het zou reageren na anderhalve week van totale inertie. De hartslag vloog omhoog tot een aantal slagen boven omslagpunt. Een goed teken, want als je hartslag laag blijft, weet je zeker dat het niets wordt. Vreemd was wel dat-ie daar bleef hangen voor de rest van rit. Nauwelijks schommelingen, en evenmin verzuring in de benen, wat bij zulke hoge hartslagen toch te verwachten valt. Ik kon niet harder, maar ik kon eigenlijk ook niet zachter. Dus toch iets niet helemaal in orde, dacht ik, maar je hoorde mij niet klagen. De benen deden hun werk en maalden geduldig de kilometers weg.

De eerste ronde wist ik nog in de 33 minuten te blijven. Tot tevredenheid van de ploegleider, die steeds creatiever werd in zijn aanmoedigingen vanuit de ploegleidersauto achter mij. "Kom op, we zullen ze hier in Oudenbosch eens even laten zien wie Bas Canoy is!", klonk het ergens in de tweede ronde door zijn geluidsinstallatie. Ondanks de pijn kon ik een glimlach niet onderdrukken. Was benieuwd wat het retorische talent van mijn ploegleider nog meer voor me in petto had, maar het bleek het hoogtepunt te zijn.

Op 15 tot 10 kilometer veranderde zijn toon. Het einde kwam in zicht, en ik werd gesommeerd om nog één keer alles te geven. "Kom op! Alles! Alles!" Maar daar zat 'm nou juist het probleem. Ik hád alles al gegeven. En nu was er niets meer over. De eerste problemen ontstonden, hoe kan het ook anders, toen ik na een bocht vol de wind in draaide en terug op snelheid moest zien te komen. Eén tempo rijden ging nog wel, maar acute versnellingen van 35 naar 43 had ik niet meer in huis. Op het lange stuk over de dijk aan de noordrand van het parcours wist ik me nog één keer te herpakken, en ook toen ik de wind daarna weer in de rug kreeg, lukte het nog een keer om de teller richting de 50 te krijgen ("Harder! Harder! Probeer te versnellen!"), maar daarna was het toch echt op.

Op de strook langs de A17 haalde ik tegen de wind nog wel de ver voor mij gestarte Michel Bik in, maar zijn lamlendigheid werkte eerder aanstekelijk dan motiverend (ik haalde de man in terwijl ik zelf ook niet harder ging dan 38-39 p/u). Niet veel later werd ik zelf ingehaald door de achter mij gestarte Frank Niewold. Na afloop vertelde de ploegleider dat ik in zeer korte tijd een voorsprong van ruim veertig seconden op hem verloor; het is tekenend voor de mate van ineenstorting aan mijn kant. Conclusie: het NK Tijdrijden was vandaag precies zes kilometer te lang.

Ik kwam binnen op 1 uur, 8 minuten en 55 seconden. De tweede ronde ruim een minuut trager dan de eerste; ruim acht minuten achter winnaar Jos van Emden; een kleine vier minuten achter Giel de Nijs, winnaar bij de elite zonder contract. Maar dan begint het rekenwerk. De eerste 19 mannen in het klassement waren renners mét contract; profs dus. Toptwintig was dus sowieso niet haalbaar geweest door de sterke bezetting dit jaar; en tussen de mannen zonder contract kwam ik toch nog op een dertiende plek uit. Bovendien: was ik niet ingestort (of was ik überhaupt beter in vorm geweest) dan had dat in de klassering nog niet eens zo gek veel gescheeld. Ergens tussen plek 26 en 30 was simpelweg het hoogst haalbare geweest.

Zo bezien viel er prima te leven met die 33e plek. Ik was blij dat ik gewoon had deelgenomen, ondanks alle twijfels vooraf. Het NK Tijdrijden zou het keerpunt in de huidige vormcrises worden, zo besloot ik ter plekke. Ik was de weg een beetje kwijt de laatste weken, maar ineens werd het me allemaal weer duidelijk. Deelnemen is altijd beter dan niet deelnemen. Je rijdt tegen jezelf – altijd. Je wint zolang je wint van jezelf. En resultaten vertellen nooit het hele verhaal. Dat is waarom ik van wielrennen houdt. De mooiste verhalen zijn de verhalen van de verliezers, vooral als ze van zichzelf gewonnen hebben.

Zie hier de hele uitslag

meer foto's op
www.ottie.nl
www.bertspits.nl
www.wielerfoto.nl