WIELRENNERTJE SPELEN
Shimano Fiets Challenge 2010

Zondagochtend om 7.00 uur vertrokken uit hartje Vaals ruim 300 volwassen mannen en vrouwen op een racefiets die zich nergens voor schaamden: we gingen 138 kilometer lang met z'n allen lekker wielrennertje spelen. Geen veredelde wielertoeristen vandaag, nee, échte wielrenners.

De Shimano Fiets Challenge had dit jaar voor het eerst een duidelijk scheiding aangebracht tussen de toertocht enerzijds en een race anderzijds. Op zich een goede zaak, want een toertocht met een klassement en een winnaar met een bosje bloemen leiden onvermijdelijk tot de nodige spanningen, onduidelijkheden en gevaarlijke verkeerssituaties, zoals de afgelopen edities van de Fiets Challenge voldoende hebben aangetoond.

Het organiseren van een wedstijd op Nederlands grondgebied is evenwel niet eenvoudig, zoals de organisatie van de Fiets Challenge ongetwijfeld ondervonden heeft. De wirwar aan wet- en regelgeving, politieverordeningen en benodigde vergunningen maakte dat de start op het laatste moment vervroegd moest worden naar het hondse en weinig mediagenieke tijdstip van 7.00 uur en – vervelender – dat de eerste drie van de in totaal zes ronden geneutraliseerd afgelegd moesten worden. Dat laatste werd ons pas kort voor de start meegedeeld en dat schoot veel van mannen en vrouwen die zo graag wielrennertje wilden spelen in het verkeerde keelgat; ze waren hier gekomen voor een race (Holland's toughest nog wel), en niet voor een toertocht onder motorbegeleiding.

Ik had zelf ook wat moeite om mijn zinnen te verzetten toen de wedstrijdwagen de koers al op de eerste beklimming van de Vaalserberg grondig op slot zette. Verwensingen en bedreigingen gingen al snel over en weer tussen peloton en wedstrijdleiding, maar de boodschap was duidelijk: eenieder die de wedstrijdwagen voorbij zou steken, zou uit koers gehaald worden. Protesteren had weinig zin, en ik besloot er maar het beste van te maken. Er volgde een 69 kilometer lange neutralisatie, soms nerveus, soms gevaarlijk, maar meestal gewoon een beetje saai. De meer ervaren pelotonrijders hielden zich wakker met het consolideren van hun positie aan de bumper van de wedstrijdleiding, maar het merendeel van renners ontspande gaandeweg. Voorlopig ging er toch helemaal niks gebeuren. Er kon in alle rust gegeten en gedronken worden, er kon bijgepraat worden met oude bekenden, er kon zelfs afgestapt worden voor een plasje in de berm (in de hoop dat dit wel getolereerd zou worden door de organisatie..), het maakte allemaal niet uit.

Oud-ploeggenoot Feike Loots zag het anders: "Ze houden de groep niet bij elkaar, maar voorkomen alleen dat er van voren iemand wegrijdt. Eigenlijk hetzelfde wat de profs in de editie van 2007 moesten doen, maar dit is tenminste duidelijk." Tja, zo kon je het natuurlijk ook bekijken. Aan de achterkant van het peloton bleek de deur inderdaad op een flinke kier te staan, wat waarschijnlijk het gevolg was van de tempowisselingen van de wedstrijdwagen. Toen de wedstrijd na ruim twee uur werd vrijgegeven, was er naar schatting nog maar een man of 70 over.

Zelf was ik door het algemene gebrek aan spanning een beetje lui geworden. Te veel tijd om na te denken en de vorm van de dag eens goed in ogenschouw te nemen. Die was niet best, zo concludeerde ik. De vermogensmeter toonde niet dezelfde piekvermogens als een week eerder in de toertocht La Philippe Gilbert, zelfs niet als ik af en toe probeerde het gas vol open te draaien. (Ik ben me ervan bewust dat dat nogal koket klinkt uit de mond van de latere winnaar, maar de gegevens die ik na afloop uit mijn Powertap heb getrokken bewijzen het wel degelijk. Speciaal voor de cijferfreaks: het piekvermogen over de korte tijdspanne van vijf minuten (met name belangrijk voor de Limburgse klimmetjes) bedroeg 393 watt tegen 417 een week eerder.)

Toen de wedstrijd na de derde passage op het Drielandenpunt werd vrijgegeven reed er vrijwel direct een renner weg. Hij was me eerder opgevallen omdat hij erg gemakkelijk leek te klimmen, maar na overleg met ploeggenoot Frederic, die hem bleek te kennen ("wel goed, maar niet de inhoud om weg te blijven") besloot ik me geen zorgen te maken. Omdat het tempo in het peloton niet erg hoog lag (blijkbaar waren er meer renners net als ik door de neutralisatie in slaap gesust) en omdat er geen enkele renner aanstalten maakte om ook wat kopwerk voor zijn rekening te nemen (ongetwijfeld het gevolg van de nummerieke overmacht van Veltec in het peloton, hoewel ook mijn vorige club Gaul! erg goed vertegenwoordigd was), liep zijn voorsprong snel op. Bij de vierde finishpassage werd duidelijk dat er toch harder gereden zou moeten worden. Dirk, Frederic en ik begonnen af en toe het tempo op te voeren, terwijl het nieuwe GF2-lid Paul van den Broek het goede voorbeeld gaf door de afdalingen vol in te duiken. Op de Epenerbaan kregen we de renner weer in het vizier.

Dirk gaf er op het steilste stukje van de klim (wat tevens het steilste stuk van het parcours was) eens een goeie snok aan en er ontstond een kleine scheur in het peloton. In zijn wiel zaten alleen nog een ranke klimmer in een Marco Polo-tenue en ik. Op het vals plat na de klim maakte Dirk aanstalten om nog een snok te geven, weer eens blijk gevend van zijn grote enthousiasme voor de wielersport. De Marco Polo-man weigerde echter direct om over te nemen, waarmee hij Dirk nóg een kwade snok ontlokte. Dirk toch, Dirk toch, dacht ik, en ik liet het gat maar vast vallen. Toen ik echter eens omkeek, zag ik dat er achter mij en Marco Polo inmiddels ook een aardig gaatje was ontstaan en – belangrijker – dat er in het peloton niemand aanstalten maakte om daar iets aan te gaan doen.

Hm, wie weet.. dacht ik en ik reed vol gas naar Dirk en brulde: "Gáán!" Dirk zette zijn versnelling op zijn geliefde 12, de Powertap op 700 watt, de cruisecontrol uit en daar gingen we, kop over kop. Marco Polo was al nergens meer te bekennen, de ontsnapte renner die we in één moeite door opveegden ondernam nog een poging om ons wiel te houden maar moest passen, en ook een kleine renner in rode kleding die alert de sprong gemaakt had reden we pardoes uit het wiel. Twee hardrijders uit één team aan de leiding, 40 kilometer voor de streep op een bochtig en zwaar parcours: voorwaar, een droomscenario.

Dirk en ik vormden meteen de mooiste kopgroep waarin ik ooit gereden heb. We hoefden niet naar elkaar te gebaren om over te nemen, maar kwamen weer op kop zo snel als we konden. We doken de bochten vol in, trapten ook op de vlakke stukken stevig door en letten goed op elkaar. Het was een broederschap, het was een trein, het was een machine.

Op de bochtige weg naar de Camerig waren we snel uit het zicht. Nog voor het einde van ronde 5 pakten we bijna anderhalve minuut op onze achtervolgers. Ploeggenoten waren blijkbaar prima aan het storen. De twee volgwagens van Shimano kwamen achter ons rijden, voor ons reed de wedstrijdleiding met een aantal politie- en begeleidingsmotoren.

Ik moest denken aan de eerdere opmerking van Frederic ( "hij heeft de inhoud er niet voor"), en dat Dirk en ik die wel hadden. Ik moest denken de brommer van Jan Ullrich, aan Cancellare, La Macchina, maar dan eentje die uit twee man bestond, ik moest denken aan de Hel van het Mergelland in 2008, toen Tony Martin en ploeggenoot Adam Hansen van Team High Road in de stromende regen met z'n tweeën het hele peloton aan bonken reden. Ja, dit was wielrennertje spelen op zijn best! Maar al gauw dacht ik aan helemaal niets meer. Er was alleen nog de regen op ons gezicht, de modder in onze ogen, de pijn in onze benen.

Achteraf ben ik nog het meest tevreden over het moment waarop we wegreden. Het was totaal niet volgens plan, omdat elk plan kwam te vervallen toen 's ochtends duidelijk werd dat de helft van de koers geneutraliseerd verreden zou worden. De beslissing om weg te rijden was totaal impulsief, ingegeven door de omstandigheden, maar achteraf was het wel het beste wat we hadden kunnen doen, ook als team. De eerder ontsnapte renner had aangetoond dat de omstandigheden voor een kleine ontsnapping gunstig waren. Hij werd juist ingelopen, dus er zouden sowieso snel nieuwe uitlooppogingen komen. Die waren potentieel allemaal gevaarlijk, omdat het parcours nou eenmaal geschikter was voor een kleine groep dan voor een peloton. Bovendien zouden alle renners in het peloton toch naar Veltec kijken om het vieze werk op te knappen, dat was duidelijk. En het risico was beperkt: als Dirk en ik zouden sneuvelen, zaten Frederic en Oege achter ons klaar, met naast zich de uitstekend rijdende GF2-renners Paul en Valentino.

Maar zover kwam het niet. Aan de voet van de laatste beklimming van de Vaalserberg hadden we nog steeds 1 minuut 10. "Gaan we het halen?", vroeg Dirk. Ja, we gingen het halen. Op ons tandvlees, dat wel. De benen blokkeerden volkomen, we kwamen nauwelijks nog vooruit, we hadden de befaamde Zwarte Sneeuw op ons netvlies. We verloren maar liefst 40 seconden van onze voorsprong. Maar we haalden het. Dirk offerde zich op, tot mijn grote vreugde, want ik had bij god geen idee hoe we het anders op hadden moeten lossen. Ik wilde voor geen goud opnieuw tweede worden, maar was er allerminst gerust op dat ik Dirk nog kwijt kon spelen; wílde Dirk ook helemaal niet kwijtspelen, en kon het waarschijnlijk ook helemaal niet meer. Want we konden helemaal niets meer, allebei niet. Dolblij vielen we elkaar na de finish in de armen, bezorgde gezichten om ons heen, zo lijkbleek als we zagen. Broeders voor het leven.

Kort achter ons kwamen Frederic (6e) en Oege (9e) binnen, Valentino (14e) en Paul (17e) doken ook nog de toptwintig in en Judith maakte het feest compleet met een tweede plaats bij de dames. Eerste afspraak van het seizoen voor Veltec: geslaagd!

bekijk hier de volledige uitslag (incl. rondetijden)

(fijn alleen op de foto dankzij een plasje op de Camerig:)

 

 

 

 

 

 

 

foto www.cyclobenelux.nl